tentoonstelling

test description;

14-18: Opnieuw leren leven in het instituut van Bosvoorde

©Imperial War Museums
test description

1. 14-18: Het zicht in de loopgraven achterlaten

Introductie

Introductie

Nooit eerder werd op zo'n grote schaal en zo intens gevochten als in de Eerste Wereldoorlog. Zo'n 9 miljoen soldaten sneuvelden in het nietsontziende geweld, en nog eens 6,5 miljoen soldaten raakten gewond. Vele slachtoffers waren voor het leven getekend: ze liepen beperkingen op, verloren ledematen of werden volledig of gedeeltelijk blind. De oorlog eiste een bijzonder hoge tol, omwille van de hevigheid van de vuurgevechten, de eindeloos lange strijd en de inzet van nieuwe wapens, waaronder gas.

Aan het IJzerfront maken de Duitse troepen voor het eerst gebruik van chemische wapens, met name het beruchte mosterdgas. Het gas kreeg de bijnaam Yperiet, aangezien het wapen op 22 april 1915 in Ieper (Ypres in het Frans) voor het eerst werd ingezet. Mosterdgas veroorzaakt ernstige brandwonden als het in contact komt met de huid, de slijmvliezen en de ogen. De oogletsels veroorzaakt door het gas leiden niet zelden tot blindheid, al treedt de handicap soms pas op latere leeftijd op. De overgrote meerderheid van de gevallen van blindheid onder de Belgische soldaten is echter te wijten aan explosies, granaatscherven en kogels.

De blind geworden Belgische soldaten worden samen met andere invaliden opgevangen in verschillende revalidatiecentra in Engeland, Frankrijk en Nederland. Bijgevolg valt in eerste instantie moeilijk te achterhalen hoeveel oorlogsblinden er exact zijn. De officiële Belgische cijfers die op 15 december 1918 werden uitgegeven, maken gewag van 47 blinden, op een totaal van 5.273 invalide soldaten. Dat aantal loopt echter al vrij snel op, en in 1919 is er sprake van zo'n 90 blinde soldaten. Hoewel het om relatief weinig gevallen gaat, is hun impact op de publieke opinie toch aanzienlijk en komt er een golf van sympathie op gang. Zo worden verscheidene verenigingen opgericht, waaronder de Brailleliga in 1920.

 

Lithografie op bisterkleurig papier met gele en witte vlakken. We zien een jonge soldaat van kop tot teen, in uniform, rechtopstaand en in vooraanzicht, zonder wapens of hoofddeksel, de ogen omzwachteld met een wit verband. In zijn rechterhand houdt hij een stok vast. De afbeelding is met een zwarte rechthoek omlijnd. De linkerhand van de soldaat grijpt de rand van deze omkadering vast, alsof het om een deur gaat.

Armand Massonet (1892-1979), Soldat aveugle (Blinde soldaat), 1921. Chromolithografie op papier (52 x 26 cm). 


Als schilder en tekenaar van landschappen, graveerder, afficheontwerper en beeldhouwer genoot Massonet een opleiding aan de Brusselse Académie des Beaux-Arts en de École Nationale des Beaux-Arts in Parijs. Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte hij deel uit van de Artistieke Sectie van het leger, en bracht hij vanuit de loopgraven verslag uit voor het krantje Le Claque à fond. Na de oorlog werkt hij mee aan de realisatie van het IJzerpanorama. Hij geeft les in verscheidene Brusselse scholen en academies, maar publiceert ook boeken en artikels over kunst en tekentechnieken.


 Zwart-witfoto. We zien een tiental soldaten van kop tot teen, rechts in profiel. Sommigen dragen geen hoofddeksel, anderen dragen een helm of kepie. Elk van hen heeft een heup- of schoudertas. De soldaten stappen in één rij, met een hand op de schouder van de voorganger. Drie van hen hebben een groot, wit verband op de ogen. Op de achtergrond is te zien hoe andere soldaten toekijken. © Imperial War Museums (Q 11586)

Britse soldaten van de 55e divisie, blind geworden na de gasaanval van 10 april 1918, tijdens de Slag om de Leie. In een rij stappen ze naar een veldhospitaal dicht bij Béthune (Nord-Pas-de-Calais).

"Kogels of granaatscherven in de ogen, grind of vuil in het gezicht, brandwonden door explosies, schokken veroorzaakt door de inslag van een projectiel of bijzondere maar relatief vaak voorkomende verwondingen – zoals een kogel die langs de slaap het hoofd doorboort zonder het slachtoffer te doden maar de oogzenuw raakt –… geen enkele oorlog heeft tot zoveel blinden geleid."
vrij vertaald uit het Frans, André Dreux, Nos soldats aveugles (Onze blinde soldaten), Parijs, Association Valentin Haüy, 1915, p. 3-4

Verzorging en herstel

Verzorging en herstel


Postkaart met zwart-witfoto. Rondom een tafeltje laten vier mannen zich al zittend verzorgen door een verpleegster en drie verplegers met witte hemden. De verpleegkundigen staan rechtop en verzorgen de ogen van de mannen met een kompres. Elke gewonde houdt een bakje voor zijn gezicht om verwijderde verbanden en vocht in op te vangen. Achterin de zaal wachten twee soldaten hun beurt af. Links op de foto zien we een legerarts in een witte doktersjas en met kepie. Hij staat dicht bij de deur waarboven een paneel hangt met het opschrift

Verbandzaal in het revalidatietehuis langs de Rue de Reuilly in Parijs (Versailles, drukkerij EDIA, zonder datum [ca.1917]). 

De instelling werd in 1915 geopend als bijhuis van het Parijse Hôpital des Quinze-Vingts, het voornaamste Franse oogheelkundige zorgcentrum. De blinde veteranen worden er verzorgd en leren er verschillende beroepen aan. Postkaart verkocht ten voordele van de vereniging Les Amis des soldats aveugles (Vrienden der blinde soldaten).


 

Originele zwart-witfoto. Centraal op de foto zien we de hoofdarts in een witte doktersjas aan een bureau vol documenten zitten. Hij zit licht naar rechts gedraaid ten opzichte van de camera. Tegen het bureau staat een tafeltje waarop een overvolle fichebak staat. De arts kijkt recht in de lens van de camera, met in zijn rechterarm op de bureau en een potlood in de hand. De arts heeft een kalend voorhoofd, is grijzend aan de slapen, draagt een knijpbril op de neus en heeft een zwarte krulsnor. In een halve cirkel rondom de hoofdarts ondergaan vier patiënten een oogonderzoek. Van links naar rechts:  De eerste patiënt zit neer en ondergaat een oogonderzoek met een speetlamp. Een verpleegster staat aan zijn rechterzijde, duwt het hoofd van de patiënt op het kinstuk en de voorhoofdsteun, terwijl ze met haar wijsvinger naar de lens van de microscoop wijst.  De tweede patiënt zit neer en draagt een testmontuur. Een oogarts plaatst lenzen uit een koffertje dat links van hem staat op het montuur. Achter de patiënt hangen drie optometrieschalen aan de muur. De derde patiënt staat recht en plaatst zijn kin op een toestel dat bestaat uit een lange staaf, met aan het uiteinde kaarten waarop de woorden “tort”, “oui”, “doge” en “lit” staan in grote letters. In het midden van de staaf is een plaat met gaatjes te zien. Een assistent wijst met een regel de woorden aan die de patiënt doorheen de plaat moet trachten te lezen. De vierde patiënt zit neer. Zijn hoofd is volledig omzwachteld en hij draagt een verband op het rechteroog. Hij wordt verzorgd door een verpleegster met – gebruikelijk in die tijd – een hoofddoek op. Ze legt haar handen op het verband. Achter hen is een uit planken vervaardigde cabine te zien, waarop het opschrift

© Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Inventarisnr. KLM-MRA: B-1-174-145-B

Afdeling oogheelkunde in Port-Villez-lez-Vernon (Eure). Op de foto zijn de verschillende oogheelkundige onderzoeken te zien die er werden uitgevoerd. Port-Villez is de hoofdzetel van het Belgisch militair instituut voor professionele revalidatie na ernstige oorlogsverwondingen.

 

Originele zwart-witfoto. In een met een groot raam verlichte zaal ligt een man op een operatietafel. Hij draagt een hemd en een broek, en heeft zijn schoenen nog aan. Een doek op zijn borst moet zijn hemd beschermen. Zijn hoofd is met een verband omzwachteld. Voorovergebogen opereert een chirurg de patiënt in het gezicht. Aan weerszijden van de chirurg staat een arts, terwijl aan de voeten van de patiënt een verpleegster en verpleger de operatie volgen.

© Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Inventarisnr. KLM-MRA: B-1-173-64-619

Oogoperatie uitgevoerd in het Hôpital Complémentaire n° 30 in Rennes. Deze instelling, ondergebracht in een college, wordt op 18 maart 1916 een hospitaal van het Belgische leger.

“De bede van de verminkte”

“De bede van de verminkte”


Postkaart met tekst en zwart-witportret. Links op de kaart staat het gedicht Prière du Mutilé, of Bede van de verminkte te lezen. Rechts, in een medaillon, is een portretfoto van de auteur te zien met het opschrift:


De bede van de verminkte (vrij vertaald uit het Frans)
 
Goede mensen met gevoelige harten
Die bij elke stap
Verminkten met gruwelijke verwondingen ontmoeten,
Klaag niet bij hun aanblik,
Want uw kreten van mededogen
Doen meer pijn dan de zwaarste klap,
Goede mensen met gevoelige harten,
Slaak uw kreten minder hard!
 
Denkt u daarentegen dat ze prachtig zijn,
Heldhaftig misschien,
Vergeet dan niet dat ze slachtoffer waren;
En bewonder hen dus discreet.
Uw lof is van weinig belang
Voor wie een oog, been of arm kwijt is.
Als we prachtig zijn in uw ogen,
Schreeuw het dan niet van de daken!
 
Om de pijn te verzachten,
Kan een zucht soelaas brengen;
Maar veel belangrijker dan de herkomst van de pijn,
Is het voorkomen ervan.
Om een nieuwe oorlog vermijden
Houden wij de herinnering levend.
Wij zijn blij te lijden voor Frankrijk,
Als dat de toekomst veilig stelt

Albert Masselier stond als Franse oorlogsblinde vooral bekend als Chansonnier des tranchées (Loopgravendichter) en Poète des soldats aveugles (Dichter der blinde soldaten). Hij schreef deze Prière du mutilé (Bede van de verminkte), dat verspreid werd in de vorm van postkaarten als deze (andere uitgave in de reeks La Famille du Rameau d'Olivier). In 1917 bracht hij dit gedicht uit in de bundel Petits poëmes de guerre (1914-1917) (Korte oorlogsgedichten), waarin vijf andere van zijn liedjes te vinden waren, op muziek van Victor Gentil: Les bruits de la guerre (De geluiden van de oorlog), Rêve (Droom), La prière du mort (Het gebed van de dode), La bouffarde (De pijp), Mes yeux ne verront plus (Mijn ogen zullen nooit meer zien)1. De tekst wordt tactvol in contrast geplaatst met het medelijden en de ellende waar personen met een handicap ook vandaag nog elke dag mee geconfronteerd worden. De benaderingswijze van de dichter was destijds allerminst alledaags.

De vaderlandslievende "gebeden” die op postkaarten werden gedrukt, zijn een typisch voorbeeld van de beeldvorming tijdens de Eerste Wereldoorlog. Naast de erg traditionele vaderlandslievende en religieuze thema's, vinden we ook parodieën op gebeden of religieuze teksten terug, zoals Les 10 commandements du Boche (De tien geboden van de moffen) uit 1915, Les 10 commandements du froussard (De tien geboden van de broekschijter) of het Credo des poilus (Het credo van de soldaat) ("Notre Joffr qui êtes au feu […]" 2) (“Onze Joffre, die in het vuur zijt […]”). Of ze nu serieus of schertsend van aard waren, de inhoud ervan was steeds bedoeld om het eigen kamp in een goed daglicht te stellen, ten koste van de tegenstander.


1 John Grand-Carteret (dir.), Le musée & l'encyclopédie de la guerre. Recueil mensuel, illustré de documents et pièces rares... (Het museum en de encyclopedie van de oorlog. Maandelijkse uitgave met zeldzame documenten en stukken ...), deel II, Parijs, F. Pigeon, 1917-1918, p. 96.
2 Een toespeling op maarschalk Joffre, overwinnaar in de Slag bij de Marne. Over vaderlandslievende gedichten, zie P. Brouland & G. Doizy, La Grande Guerre des cartes postales (De grote postkaartenoorlog), p. 106-115).