tentoonstelling

;

Ontspanning in de wintertuin

©Privéverzameling

5. In Bosvoorde het dagelijkse leven terug oppikken … na de loopgraven

Introductie

Om tot het Oorlogsblindengesticht te worden toegelaten, moest men als invalide erkend worden door het nationale ministerie van Defensie. Ook burgers die tijdens de oorlog blind werden, konden toegelaten worden, hoewel ze sterk in de minderheid bleven. De eerste stagiairs komen in oktober 1919 in Bosvoorde aan.

Ze krijgen gratis eten en onderdak in het kasteel, en krijgen ook een kleine vergoeding per uur dat ze les volgen en naargelang de vooruitgang die ze boeken. Na afloop van de stage worden ze begeleid en krijgen ze materiële steun om het professionele leven te hervatten.

Zwart-witfoto. Foto van de ziekenboeg. In een ruimte met houten lambrisering verzorgen twee verpleegsters met bloes, witte schort en hoofddoek elk een blinde soldaat. De patiënten zitten in een armstoel en houden een gebogen bakje ter hoogte van het gezicht. Van de patiënt links, in profiel, is de rechterzijde te zien. De andere patiënt zien we in vooraanzicht. Deze laatste patiënt is zijn linkeroog verloren. Op zijn rechterknie is het zwarte ooglapje te zien waarmee hij de wonde bedekt. Zijn wandelstok ligt tussen zijn benen.

Privéverzameling

De ziekenboeg.
Bekwame verpleegsters verstrekken de nodige oogheelkundige zorgen, onder het toeziend oog van een arts. 


Zwartwitlithografie op crèmekleurig papier. Op de tekening is een blinde soldaat te zien. Hij zit neer in een armstoel. Zijn armen rusten op de armleuningen. Op de achtergrond zien we een vage schets van een verpleegster in vooraanzicht. Ze houdt een bakje in de handen. De tekening is onderaan links gesigneerd door Samuel De Vriendt. De datum wordt niet vermeld.

Privéverzameling

“L'heure des soins / Stille zorg”


Zwart-witfoto. Foto van een grote eetzaal. De zaal wordt verlicht door grote ramen links, en lampen die aan het plafond hangen. In de muur achteraan is de dienstingang te zien. Er hangt ook een groot schilderij. De muur rechts wordt onderbroken door twee deuren en is versierd met drie kleinere schilderijen. Op de tegelvloer in dambordpatroon liggen twee stroken tapijt. Dankzij deze stroken konden de blinden voelen waar ze konden lopen. Een twintigtal personen, zowel oorlogsblinden als docenten, zitten aan een lange, gedekte tafel met een wit tafellaken. De personen zijn te zien in zijaanzicht. Zeven andere personen, waaronder de directeur, een verpleegster en personeelsleden die instonden voor de bediening, staan tegen de muur rechts.

Privéverzameling

De eetzaal. 
De maaltijden worden samen aan een gemeenschappelijke tafel genuttigd. Het personeel van het instituut bedient de stagiairs. Op deze afbeelding zien we de directeur, Georges Delvaux, rechtop in uniform.



Zwart-witfoto. Foto van een lang overdekt terras, verlicht door grote raampartijen links en achteraan, die uitgeven op het park. De muur rechts wordt onderbroken door drie openingen. De vloertegels liggen in dambordpatroon. Een tapijtstrook dient als leidraad voor de blinden. Er staan drie tafels en zes tenen stoelen langs de muren. Achteraan zijn een vogelkooi en planten te zien. Aan de tafel links achteraan zitten twee blinde soldaten met donkere brillen met hun rug naar het raam toe. Een verpleegster zit met haar rug naar de vogelkooi toe en leest de krant. Rechts achteraan zit een man in burgerkledij, de bibliothecaris van het Oorlogsblindengesticht. Hij is eveneens blind. Tegen de muur zit nog een andere man, waarvan we slechts de benen en een deel van het gezicht zien. Naast hen staat een soldaat met een zwart ooglapje over zijn linkeroog. Op de rand van de tafel voor hem zit een andere soldaat met donkere bril. Deze laatste kijkt in de lens van de camera.

Privéverzameling

 

Zwart-witfoto. Groepsfoto onder een grote kastanjeboom waarvan we helemaal links de stam zien. De groep telt 32 personen. 25 van hen zitten op stoelen of op de bank, helemaal rechts vooraan. Achteraan staan 7 personen recht. Er staan drie tuintafels. Op de tafel links ligt een boek. Op de tafel in het midden liggen drie hoeden. Op de tafel rechts staat een fonograaf. Onder de personen die neerzitten, tellen we vijf vrouwen, waarvan twee in verpleegstersuniform. Ook de oorlogsblinden, in uniform of werkkledij, zitten neer, net als de bibliothecaris en de blinde docent muziek. Links van de fonograaf speelt een man  accordeon. Onder de personen die rechtstaan zien we rechts de directeur en onderdirecteur van het Oorlogsblindengesticht. Links en in het midden zien we personeelsleden in burgerkledij. Op de achtergrond is een pad te zien met balustrade en één van de gevels van het kasteel met grote ramen.

Privéverzameling

Ontspanning in de wintertuin … en onder de grote kastanjeboom.



Zwart-witfoto. Foto van een grote zaal, verlicht door lichten aan het plafond. De zijmuren worden onderbroken door hoge ramen met dikke overgordijnen. Het raam helemaal links op de foto staat open. Centraal tegen de muur achteraan zien we een grote schoorsteenmantel. Links zit een dienstingang en boven de schoorsteenmantel hangt een schilderij. De zaal zit vol mensen. In het midden dansen een zestal oorlogsblinden in uniform met hun vrouwelijke danspartners. Eén van de oorlogsblinden danst met een man in burgerkledij. Beide dansers vooraan hebben een sigaar in de mond. Heel wat andere mannen en vrouwen staan recht of zitten op één van de vele stoelen langs de muren. We zien ook twee vrouwen in verpleegstersuniform en mannen in burgerkledij, waarvan er één een grote, witte schort draagt. Rechts speelt de blinde muziekdocent op de buffetpiano tegen de muur. Links van hem staat een vrouw, licht gebogen die hem aankijkt.

Coll. privée

Vrienden en familie zijn welkom tijdens een danspartij op dinsdagavond. De stagiairs wagen zich maar al te graag aan een opzwepende one-step of foxtrot.



Zwartwitlithografie op crèmekleurig papier. Op de tekening is een blinde soldaat te zien in profiel. Hij draagt een uniform met politiemuts met kwast en een bril. Hij zit neer en speelt piano. Links van de piano zit één van zijn groepsgenoten. Ook hij draagt een uniform, maar zonder hoofddeksel. Hij draagt een zwarte ooglap over zijn linkeroog en luistert naar de muziek. Zijn hoofd rust op zijn linkerhand. Zijn rechterhand rust op zijn stok. Op de achtergrond zien we – vaag geschetst – een dansend koppel. De tekening is onderaan links gesigneerd door Samuel De Vriendt. De datum wordt niet vermeld.

Coll. privée

“Le Passe-temps / Tijdverdrijf”

Portretten van oorlogsblinden

Portretten van oorlogsblinden

Het instituut wil meer doen dan opleidingen bieden, en wenst alle oorlogsblinden te identificeren, hun noden in kaart te brengen en elk van hen de gepaste steun en begeleiding te bieden. Met het oog op die missie gaan de directeur en onderdirecteur op huisbezoek. In de archieven van het secretariaat van Koningin Elisabeth vinden we een vijftigtal verslagen van huisbezoeken terug. Deze schetsen zorgvuldig de soms erg moeilijke situatie van de mannen, die in hun bescheiden woningen de draad met hun gezin terug moeten oppikken in een verwoest land.

Auguste De Wit

Portretfoto in zwart-wit van Auguste De Wit. De jongeman is van kop tot teen te zien. Zijn rechterarm rust op een soort vierkante houten zuil. Hij draagt een donkere knijpbril op de neus, een wit hemd met afgeronde kraag en een driedelig pak. Hij draagt ook een donkere das en een medaille op de linkerrevers van zijn jas. We zien ook nog net een horlogeketting die aan zijn gilet is vastgemaakt. Achter hem hangt een doek dat met wolken is beschilderd. Links bovenaan de foto zijn sporen van roest te zien, achtergelaten door een paperclip.

Archief van het Koninklijk Paleis.

Auguste De Wit wordt op 27 juni 1892 geboren in het Oost-Vlaamse Lede, waar hij als kleermaker zijn brood verdient … tot de oorlog uitbreekt. Als soldaat aan het front, raakt hij op 28 oktober 1914 gewond in Stuivekenskerke, tijdens de Slag om de IJzer. Hij wordt door een kogel in het gezicht geraakt, verliest daarbij zijn rechteroog, en ook de oogzenuw van zijn linkeroog is doorkliefd. In militaire hospitalen krijgt hij de nodige verzorging, waarna hij naar Engeland wordt overgebracht. Hij wordt toegelaten tot het Londense Royal Normal College for the Blind, waar hij piano’s leert stemmen en een diploma behaalt. Hij leert ook braille. Na zijn omscholing trekt hij vanaf 1917 een invaliditeitsuitkering en krijgt hij twee onderscheidingen: die van de Orde van Leopold II en het Oorlogskruis.
Hij keert terug naar België op 19 juli 1919 en treedt in het huwelijk op 4 december. De jongeman neemt zijn intrek in een kleine woonst in Aalst, verkregen met de steun van de vereniging Asiles des soldats invalides belges (A.S.I.B.) (Asiels voor Belgische invalide soldaten). Het Instituut van Bosvoorde kent hem een financiële steun toe van 1.000 frank voor de inrichting van zijn woning. Hij spant zich in om zijn brood te verdienen als pianostemmer, ondanks een wankele gezondheid als resultaat van zijn verwondingen. [G. Delvaux], Verslag huisbezoek, Archief van het Koninklijk Paleis. Secretariaat van Koningin Elisabeth, dos. A.E. 806.

Jacques Verkoyen

Portretfoto in zwart-wit van Jacques Verkoyen en diens vrouw. Het koppel is van kop tot teen te zien. Jacques Verkoyen draagt een uniform en kepie. Hij heeft een rond en eerder krachtig gezicht met Engelse snor. Zijn ogen zijn geopend. Zijn rechterhand rust op zijn riem. Hij houdt een sigaret vast. Hij draagt hoge schoenen en lederen beenkappen. De hand van zijn vrouw rust op zijn linkeronderarm. De vrouw draagt een zwarte jurk en bijhorende hoed met zwarte pluimen. Op de achtergrond is een doek te zien waarop een decor met zuilen werd geschilderd.

Archief van het Koninklijk Paleis.

Op het moment dat de oorlog uitbreekt, werkt Jacques Verkoyen als fabrieksarbeider in Overpelt (Limburg), waar hij op 16 september 1887 werd geboren. Op 11 maart 1916 wordt hij aan de slaap en ogen geraakt door een kogel. Hij verliest daarbij zijn linkeroog. Met zijn rechteroog ziet hij nog slechts licht en schaduw. Hij revalideert in het Franse Amiens en later in Port-Villez (Yvelines), waar hij borstels en rieten stoelen leert maken. Ongeveer een jaar na de wapenstilstand trouwt hij met een weduwe met negen kinderen. Het verslag van de directeur van het Oorlogsblindengesticht van Boschvoorde is niet mild: “Ondanks de zorg voor het grote gezin doet Verkoyen vrijwel niets. Hij is met de verkoop van dranken begonnen, maar nu hij belastingen dreigt te moeten betalen, zal hij de herberg – waar maar weinig over in het verslag staat – waarschijnlijk opgeven. Hij woont samen met zijn grote gezin in een klein huis, in haast erbarmelijke staat en onvoldoende bemeubeld. Hij betaalt 25 frank huur per maand. [Hij] heeft voor geen enkel beroep enige aanleg.” Het gezin vindt uiteindelijk een gratis onderkomen en het instituut krijgt Jacques Verkoyen zover een kleine gevogeltekwekerij te beginnen.
[G. Delvaux], Verslag huisbezoek, Archieven van het Koninklijk Paleis. Secretariaat van Koningin Elisabeth, dos. A.E. 806.

Auguste Vierstraete

Zwart-witfoto (detail van de groepsfoto in het park van het kasteel, onder de grote kastanjeboom). We zien een oorlogsblinde in vooraanzicht. Hij zit op een stoel, naast een tafel waarop een fonograaf staat. De man heeft een rond gezicht, een kalend voorhoofd en een zwarte snor. Hij draagt een donkere bril en werkkledij. Hij speelt accordeon. Op de achtergrond zien we nog een oorlogsblinde met politiemuts met kwast, en een verpleegster. Beiden zitten neer.

Archief van het Koninklijk Paleis. 

Auguste Vierstraete wordt in 1892 in het West-Vlaamse Eernegem geboren. Voor de oorlog werkt hij als magazijnier in een kruidenierszaak. Op 20 oktober 1914 houdt hij de wacht in loopgraven aan de frontlinie in Ramskapelle wanneer een obus ontploft en hem aan de ogen, het hoofd en de rechterarm verwondt. Hij wordt vrijwel volledig blind, en kan met zijn linkeroog nog slechts vaag licht onderscheiden. Op 26 mei 1915 wordt hij overgebracht naar Frankrijk, waar hij eerst in het revalidatietehuis in Parijs, langs de Rue de Reuilly, wordt ondergebracht. Op 6 mei 1918 wordt hij overgeplaatst naar Port-Villez. Hij leert het brailleschrift lezen en krijgt een opleiding borstels maken. Eenmaal terug in zijn geboortedorp kan hij dankzij de materiële steun (werkplaats, gereedschap, enz.) van de Asssociation Valentin Haüy (Frankrijk) als borstelmaker aan de slag. Hoewel de concurrentie van de fabrieken te sterk blijkt, blijft hij zijn borstelzaak uitbaten in het dorp, terwijl zijn vrouw een kleine snoepwinkel uitbaat. In 1920 stelt de vereniging Asiles des soldats invalides belges (A.S.I.B.) (Asiels voor Belgische invalide soldaten) hem een huis in Eernegem ter beschikking. Het Oorlogsblindengesticht van Boschvoorde biedt hem financiële steun voor de aankoop van meubilair en de inrichting van zijn borstelzaak.