tentoonstelling

;

Het werk der oorlogsblinden

©IRPA-KIK

7. Na Bosvoorde

Het Werk der oorlogsblinden

Het Werk der oorlogsblinden

In augustus 1922 sluit het Oorlogsblindengesticht van Boschvoorde definitief de deuren. Missie geslaagd! De blinde veteranen hebben hun opleiding voor hun sociale en professionele herintegratie achter de rug. Maar het verhaal is nog niet ten einde. Er worden banden gesmeed en al snel groeit een hele belangengemeenschap. De oorlogsblinden besluiten een vereniging zonder winstoogmerk op te richten om hun belangen te verdedigen.

Ze vertrouwen het opstellen van de statuten toe aan de Brusselse jurist en nationale held Edmond Thieffry, Belgisch luitenant-piloot en spilfiguur in de luchtvaart tijdens de oorlog. Als burger nam hij na de oorlog zijn carrière als advocaat aan het Hof van Beroep terug op, hoewel hij zijn passie voor het vliegen nooit volledig de rug toekeert. Met de financiële steun van Koning Albert I vliegt hij zo in 1925 als eerste van België naar Congo.

Op 11 november 1922 stuurt Edmond Thieffry een brief naar Koningin Elisabeth, met de vraag om haar “hoge bescherming” te verlenen aan de nieuwe vereniging. De Koningin gaat met plezier in op het voorstel. De vzw wordt in 1923 opgericht onder de naam Werk der oorlogsblinden van Hare Majesteit de Koningin en heeft als doel “de blinde soldaten uit de oorlog te steunen, te helpen en te beschermen, op materieel en mentaal vlak, met uiteenlopende middelen, waaronder hospitalisatie, financiële of materiële steun, werkgereedschap, de organisatie van conferenties rond hulpmiddelen en het gebruik ervan, enz.”. De vereniging vestigt zijn hoofdzetel in het Koninklijk Paleis van Brussel. Het voorzitterschap wordt toevertrouwd aan de secretaris van Koningin Elisabeth, baron Henri de Traux de Wardin. De boekhouder van het Hulpfonds van de Koningin voor Filantropische en Sociale acties, Henri Villers, wordt aangesteld als schatbewaarder. Majoor Georges Delvaux, ex-directeur van het Oorlogsblindengesticht van Boschvoorde, wordt secretaris van de vereniging. De structuur van het Werk der oorlogsblinden volgt dus in grote lijnen die van het instituut in Bosvoorde, dat in 1919 door Koningin Elisabeth was opgericht.

Concreet had het Werk als hoofddoel een spaarpotje aan te leggen ter aanvulling van het inkomen van de oorlogsblinden. Om de gulheid van het publiek in de hand te werken, organiseert het Werk conferenties en vertoningen, en roept het op om schenkingen te doen in de vorm van een intekenlijst. Verscheidene culturele en beroepsverenigingen organiseren gala-avonden of activiteiten ten voordele van de oorlogsblinden: concerten, bals, maar ook sportevenementen, zoals de wielerkoers in Aalst of het “internationale Italiaans-Frans-Belgische schermgala”. Iets exotischer was de "show" van de Brussels Pigeon Club, die in februari 1923 in het Brusselse Zuidpaleis ten voordele van het Werk werd georganiseerd. Deze schoonheidswedstrijd voor duiven en krielkippen kende een groot succes. De koningin stelde zelf ook enkele van haar eigen Hollandse kuifhoenders voor…

Koningin Elisabeth is vaak van de partij tijdens officiële huldes aan oorlogsblinden. Zo overhandigt ze op de Nationale Feestdag van 21 juli 1930 een vlag waarop in de twee landstalen "Aan de oorlogsblinden" te lezen staat, met haar initialen en de wapenschilden van België. 13 juni 1937 wordt uitgeroepen tot "nationale oorlogsblindendag" en ingezet met een receptie bij de Koningin en een bezoek aan het graf van de onbekende soldaat, waarna een "erestoet" door de Brusselse lanen trekt, van het Noordstation naar het Fontainasplein.

Er worden ook excursies georganiseerd in verschillende steden, met de hulp van het Koninklijk Werk der Automobielen voor Invaliden en Grootoorlogsverminkten. In september 1938 trekken ze met de auto langs het IJzerfront op pelgrimstocht van Kortrijk naar Menen, Ieper en Diksmuide. De reis eindigt in Nieuwpoort, aan het monument ter ere van koning Albert I, die vier jaar daarvoor overleed.

Het Werk bleef tot het overlijden van de laatste Belgische oorlogsblinden begin jaren 1980 actief.

Vanaf 1937* draagt koningin Elisabeth het directiecomité van het Werk op om een project rond "luisterboeken" te bestuderen, voor het uitlenen van opnames van boeken. De aanleiding voor dit initiatief is de ontwikkeling van magnetische geluidsbanden kort na de Tweede Wereldoorlog, en de dienst wordt tot aan het overlijden van koningin Elisabeth op 23 november 1965 verleend. Daarna wordt het Werk gereorganiseerd en wordt de dienst met luisterboeken opgedoekt. De opnames gaan echter niet verloren, aangezien de vereniging beslist deze aan de Brailleliga te schenken, die eveneens de hoge bescherming geniet van de Koningin en haar bibliotheek altijd al openstelde voor de oorlogsblinden.

Groepsfoto in zwart-wit. De foto werd buiten genomen in een park. Centraal op de foto is Koningin Elisabeth te zien in vooraanzicht. Ze wordt omringd door een groep. Ze staan op het gazon, met bomen op de achtergrond. Op de foto zijn zo'n 7 vrouwen en 21 mannen zichtbaar. Een aantal onder hen draagt een militair uniform. Sommigen dragen een donkere bril en twee personen zitten in een rolstoel. De koningin draagt een lange, witte jurk en een lange witte mantel met bontkraag en bijhorende hoed. Ze glimlacht en houdt met haar linkerhand de vlaggenstok vast van een vaandel die door de oorlogsblinde links van haar wordt gedragen. Links van de vlag is commandant Delvaux te zien, die de vlag met zijn rechterhand open houdt.* « La reine Élisabeth et les aveugles », in : Le Vingtième Siècle, 12/02/1937, blz. 2 © IRPA-KIK, Bruxelles

Koningin Elisabeth overhandigt een vlag aan de oorlogsblinden tijdens de Nationale Feestdag van 21 juli 1930. Op de standaard, met de vermelding “Aan de oorlogsblinden”, zijn de wapenschilden van België te zien, net als de initialen van de Koningin. De koningin wordt geflankeerd door Charles de Broqueville, minister van Landsverdediging, en de toekomstige eerste minister. De officier die de vlag draagt, is Majoor Delvaux, voormalig directeur van het Oorlogsblindengesticht van Boschvoorde en secretaris van het Werk der oorlogsblinden.

 Originele zwart-witfoto. Rechts op de foto zien we Koningin Elisabeth, vanaf de onderbenen, met de rug naar de camera. Ze staat voorovergebogen en schudt de hand van Léon Heusschen, die blind werd in de oorlog en beide benen verloor. Hij draagt burgerkledij en staat met zijn rechterzijde naar de camera gericht, net als de persoon links van hem op de foto. Deze laatste zit neer in een rolstoel en draagt eveneens burgerkledij. Om de linkerbovenarm draagt hij een band.

© IRPA-KIK, Bruxelles

Koningin Elisabeth tussen de oorlogsblinden, 21 juli 1930. De koningin in gesprek met Léon Heusschen, de bekendste Belgische oorlogsinvalide. Afkomstig uit Bergen en al op jonge leeftijd in dienst tijdens de Eerste Wereldoorlog, raakte luitenant Heusschen zwaar verwond door de explosie van een munitiekar die hij naar het front begeleidde. Hij verloor het zicht, twee benen en de linkerhand.

De oorlogsblinden in de bres voor … blinde vinken

De oorlogsblinden in de bres voor … blinde vinken

Hoewel wedstrijden vinkenzetten vandaag almaar meer in de vergetelheid raken, was de sport in de jaren 1910-1920 bijzonder populair, voornamelijk in Wallonië, Vlaanderen, Nederland en Noord-Frankrijk. Destijds werden de ogen van de vinken dichtgemaakt met behulp van een gloeiend hete naald of pijpreiniger, omdat werd aangenomen dat de vogels zo beter presteerden. Wedstrijden vinkenzetten konden vroeger op heel wat bekijks rekenen. Tijdens een wedstrijd worden de hokjes op één lijn geplaatst, op de grond of tegen de muur van een café. Het is de taak van de juryleden om de vinkenslagen te tellen. De vink die in een bepaalde tijd het meeste vinkenslagen zingt, wint. De meest gedreven vinken kunnen in één uur tijd wel zeshonderd vinkenslagen zingen, soms zelfs nog meer!

Houders van de blinde vinken wierpen op dat de vogels niet volledig blind waren, aangezien de oogleden werden dichtgeschroeid zonder de ogen zelf te raken… Dit neemt niet weg dat vele dierenvrienden deze barbaarse praktijk veroordelen … zo ook de oorlogsblinden, die hun schouders zetten onder het voorstel om de praktijk te verbieden. Minister van Landbouw Henri Baels gaat in op hun voorstel en verbiedt bij Koninklijk Besluit eerst het vervoer (KB van 23 oktober 1921) en later ook de verkoop (KB van 10 september 1924) van blindgemaakte vogels. Het algemene verbod op het blind maken van dieren werd vastgelegd in de eerste Belgische dierenbeschermingswet van 22 maart 1929, waarin wreedheid jegens dieren als een misdrijf werd omschreven.

Het verbod op het blind maken van dieren bezegelde echter niet het lot van het vinkenzetten. Sinds de invoering ervan maken vinkeniers immers gebruik van hokjes met melkglas om de prestaties van hun prijsvogels tijdens het vinkenzetten te verbeteren. Zo kunnen de vogels licht zien, maar worden ze niet afgeleid door wat er in de omgeving gebeurt. De volkstraditie van het vinkenzetten wordt vandaag nog altijd in stand gehouden, hoofdzakelijk in Vlaanderen en Noord-Henegouwen, maar mede dankzij de oorlogsblinden blijven de kleine zangvogels nu gespaard van de verminking.


Lithografie op crèmekleurig papier. We zien een oorlogsblinde in linkerprofiel vanaf het bovenbeen, in uniform en zonder hoofddeksel. De ogen zijn erg vaag geschetst en lijken leeg. De figuur neemt een peinzende houding aan. Hij staat rechtop, met de handen gekruist op zijn borst. Zijn stok hangt in de elleboog van zijn linkerarm. Op de achtergrond hangt, ter hoogte van zijn gezicht, maar meer naar achteren, een kooitje met een vogel in. Onderaan rechts is de tekening gesigneerd door Samuel De Vriendt.

Privéverzameling

"Le canari / Het vogeltje"


Gravure in zwart-wit op hout. We zien een houten kooi, die licht schuin staat afgebeeld. De kooi steunt op vier vrij hoge poten. De voor- en achterzijde van de kooi bestaat uit traliewerk. Vooraan, voor het traliewerk, hangt een drinkbakje. Bovenaan in de houten zijpanelen zit telkens een gat. Het houten bovenpaneel is voorzien van een handvat in ijzerdraad en steekt boven de voorzijde uit.
Collecties van het Musée de la Vie wallonne (afbeelding overgenomen uit Enquêtes du Musée de la Vie wallonne, onder leiding Jean-Marie Remouchamps, deel II, Luik, 1932, blz. 120)

Vinkenkooi